• British flag
  • Drapeau Français

De geschiedenis van Congo

Het Belgische koloniale verleden met Leopold II die Congo in privé bezit had, is bekend. Het land heette Belgisch Congo. In 1960 werd Congo onafhankelijk. In 1971 veranderde Mobutu de naam in Zaire. Onder zijn bewind kwam er een proces van verval op gang en de regering kreeg steeds minder invloed buiten Kinshasa. In 1990 ontvouwde Mobutu een programma om te komen tot een meerpartijenstelsel. Eind 1993 werd dat (veel te langzaam) ingesteld, maar in de praktijk veranderde niets. Het bleef onrustig.

In 1994 kwam een grote vluchtelingenstroom op gang vanuit het in burgeroorlog verkerende Rwanda. Dit vergrote de spanningen en conflicten in Congo en leidde in 1996 tot een oorlog tussen de Banyamulenge (Congolese Tutsi’s) en het Zairese leger. Andere verzetsbewegingen sloten zich hierbij aan en verenigden zich onder leiding van Kabila (in de AFDL). Op 16 mei 1997 vluchtte de doodzieke Mobutu vanuit Kinshasa naar Marokko, waar hij in september 1997 in ballingschap overleed. Daags na zijn vlucht namen de troepen Kinshasa in. Kablia wijzigde de naam van het land in Democratische Republiek Congo (DRC) en riep zichzelf uit tot president.

Kabila beloofde bij zijn aantreden verbeteringen op het gebied van mensenrechten, economie en staatsinrichting. Er zouden in 1999 verkiezingen worden gehouden. Hij ontpopte zich echter als een autoritair en grillig leider.

Eind juli 1998 was de verplichte terugtrekking van de Rwandese militairen uit Congo de aanleiding voor een gewapende opstand tegen Kabila. Deze groeide uit tot een conflict waarbij ook andere Afrikaanse landen betrokken raakten (zowel aan de zijde van de rebellenbeweging als de troepen van Kabila). Op 10 juli 1999 werd het ‘Lusaka akkoord’ ondertekend. In 2001 werd Kabila vermoord en opgevolgd door zijn zoon Joseph Kabila.

Het duurde tot 2003 voordat de regering daadwerkelijk kon worden beëdigd (36 ministers!). In het parlement hebben 29 partijen en groeperingen zitting (alle rebellengroepen inclusief buitenlandse oppositiepartijen, ex-mobutisten). In eerste instantie werden de verkiezingen gepland in juni 2005. De verkiezingen hebben plaatsgevonden op 30 juli 2006. De Europese Unie heeft 149 miljoen euro bijgedragen aan de voorbereidingen van de verkiezingen. Driehonderd waarnemers zien er op toe dat de verkiezingen voor de president en het parlement eerlijk verlopen. Het kostte drie weken om de stemmen te tellen die bij de 50.000 stembureaus waren uitgebracht. Het gebrek aan verharde wegen en de slechte communicatievoorzieningen maakten het logistieke proces tot een nachtmerrie. Op 20 augustus werd de uitslag bekend: Kabila kreeg in de eerste ronde 45 procent van de stemmen en Bemba werd tweede met 20 procent. Op 29 oktober zal een tweede ronde worden gehouden voor de presidentverkiezingen. De uitslag van de parlementsverkiezingen wordt pas eind dit jaar verwacht.

De oorlog in Congo heeft sinds 1996 naar schatting 3,8 tot  4 miljoen levens gekost.

Volgens het VN-kinderfonds sterven in Congo dagelijks 1200 mensen als gevolg van het conflict. Volgens Unicef staat Congo in de top drie van de dodelijkste landen. Er sterven meer kinderen onder de 5 jaar dan in China, dat 23 keer zo veel inwoners heeft.

Ke(r)ngetallen van Congo

oppervlakte

69 x Nederland

hoofdstad

Kinshasa

bevolkingsdichtheid

23 inwoners per km2

taal

Frans (officieel),

Lingala, Kingwana,

Kikongo, Tshiluba

staatsvorm

Republiek

staatshoofd

Joseph Kabila

Natuurlijke

bevolkingsgroei

2,8% (2002-2015)

levensverwachting

42,4 jaar (m);

40,2 jaar (v) 2002

inflatie

13% (officiele

schatting 2003)

valuta

Congolsese Franc

% inwoners dat leeftijd van 40 niet haalt

47,2% (2000-2005)

% mensen met toegang tot veilig drinkwater

45% (2000)

% kinderen tot 5 jaar met ondergewicht

31% (1995-2002)

Bron: Ministerie van Buitenlandse Zaken

Uit bovenstaande overzicht blijkt dat het een enorm groot land is. De mensen zijn arm. Een levensverwachting van ongeveer 40 jaar, zegt genoeg. Het land heeft enorme bodemschatten zoals diamant, ruwe olie, koper, kobalt en colthar. Veel van de onrust in Congo vindt zijn oorsprong in twisten over deze schatten. Niet in de laatste plaats door inmenging van grootmachten (o.a. US, Rusland). Denk aan de zogenaamde ‘bloeddiamanten’. Er zijn nog naar schatting 300.000 leden van rebellengroepen en het oud-Congolese leger die ontwapend moeten worden. Met name in de buurt van Bukavu is en blijft het onrustig. De VN zijn met een paar duizend militairen actief in Congo (Monuc). Deze komen regelmatig negatief in het nieuws (o.a. verkrachtingen).

Onderwijs en gezondheidszorg

Het onderwijssysteem is in slechte staat. De overheidsbijdrage liep terug van 15,1% in 1972 tot 0,8% in 1995. De leerkrachten worden niet/slecht betaald door de overheid. De katholieke kerk is verantwoordelijk voor 80% van de lagere scholen en 60% van de middelbare scholen. De leerplicht geldt van 6 tot 11 jaar. Echter, het percentage schoolgaande kinderen liep terug van 92% in 1980 tot 68% in 1993. Slechts 32% van de schoolkinderen in de hoofdstad Kinshasa heeft thuis een boek; 3% heeft thuis zèlf een boek. Het percentage kinderen dat naar de middelbare school gaat, blijft min of meer stabiel op 24%.

Ook het aandeel van de regeringsuitgaven dat bestemd is voor de gezondheidszorg is teruggelopen van 2,5% tot 0,8%. De Aids-epidemie grijpt ook in Congo om zich heen. Officieel geldt een Aids/HIV besmetting bij 4,2% van de volwassenen in 2003. In 1996 werden gegevens bekend gemaakt over Noord- en Zuid-Kivu: 18% van de bevolking was besmet.